We verblijven nog in Alghero, wel zijn we uit de haven naar de stadskaai verhuist. Dit is een ligplaats van de kustwacht die momenteel niet in gebruik is. Om hier te mogen verblijven heb ik eerst
toelating gaan vragen bij de Guardia Costière, de kustwacht in Alghero, waar ik
vijf dagen toelating heb van gekregen en nog gratis ook.

Doordat we nu lanszij liggen kan ik makkelijk bij de beide
zijkanten van de Cosi die dringend een onderhoud nodig hebben. In een voormiddag krijg ik één zijkant
afgewerkt met simonis en wax. De Cosi blinkt weer en ligt er netjes bij. Een
foto waard vind ik, met vrouwtje vooraan op het voordek.

Alghero
telt een 40.000 inwoners en wordt ook wel eens klein Barcelona genoemd.
Straatnamen dragen zowel Italiaanse als een Catalaanse naam. De Spaanse taal
wordt hier vrijwel goed begrepen, nu gebruik ik mijn weinig Italiaans en Spaans
ondereen, grappig maar makkelijk.

De oude
stad is opgetrokken binnen de hoge Catelaanse stadsmuur. Ten noord-westen
hiervan ligt de grote jachthaven veilig binnen zijn kademuren. Bij
zonsondergang krijgt men fraaie uitzichten tijdens een wandeling over de
stadsmuren waar ook de toeristen hun weg hebben gevonden naar de talrijke
terrasjas en restaurants.

Binnen de
Catelaanse muur klopt het hart van de oude stad. Smalle straatjes met winkels
en horecagelegendheden lokken de toeristen maar geven ook beschutting voor de
zon die nu reeds op middaguur dertig graden haalt.

Buiten de
oude stad wandelen heeft ook zijn charme. Hier vindt men de locale winkels en
dagelijkse groenten en vismarkt. Vele van de kleine huizen met verschillende
verdiepingen kunnen best een laag verf gebruiken. Een vrij groot
gevangeniscomplex staat midden in de nieuwe stad, een nogal vreemde locatie. Terug bij de haven wandelen we langs heel het havancomplex tot bij onze Cosi, nog even op dek een praatje doen met onze buren en iets later kijken we naar de opgenomen aflevering van Geubels en de Belgen.