Ruim na ontbijt laten we de kade van de pastafabrieken
achter ons met bestemming Isola
Rossa en Bosa. Het weer is bedroevend donker en er vallen enkele druppels regen. Iets verder
op zee klaart het weer op gelukkig wordt het een mooie dag. Corine bakt
pannenkoeken en de hele stapel komt op tafel, het is aanvallen geblazen.

Bij Isola Rossa staat een sterke deining. De lange golven
duwen ons tussen de oever en de kademuur. Even goed navigeren want het is hier niet
zo breed. Bij het binnenvaren slaan de golven langs beide kanten volle kracht op de kademuren, een akelig gevoel, daar moeten we van wegblijven. Eénmaal achter de beschermende kademuur is alles rustig. We laten het
anker zakken en nemen de bijboot om de op de kaart ondiepe ingang van de rivier
te verkennen, op de kaart toont een diepte tussen de 2 en 2,5 meter te ondiep voor onze Cosi. We spreken een lokale visser aan en dit wordt snel weerlegd naar een baggerzone van 4 meter. We halen het anker op en varen naar de haven van Pinna Nautica. We leggen aan en genieten van het lekker zonnetje, wat een verschil tegen het zure weer van gisteren.

Wat later varen Tom en ik de rivier af tot waar hij
is dichtgegroeid, een viertal mijl verderop. Mooi spectaculaire beelden
passeren onze ogen. We varen lang het dorp Bosa, spotten wat van oorsprong onherkenbaren gebouwen naast de rivierbedding. We komen enkele kanovaarders tegen en boten met toeristen. Op de terugweg houden we halt in Bosa.
Al snel verbaasd het ons dat er zoveel toeristen zijn. Het
kleine Sardisch dorp telt een kleine 8000 inwoners. Een speciaal dorp, in sommige straten heeft de tijd heeft hier 50 jaar stilgestaan. De dorpskern is deels vernieuwd. Enkele kerken uit de 17 en 18 de eeuw en het
kasteel op de heuvel lokken de toeristen ter plaatse. In de achterbuurten leven de inwoners in oude huizen en zijn de straten onverhard, hier zie je geen toeristen.
De enkele
restaurants zijn vrij duur, kwestie van vraag en aanbod. We blijven hier twee dagen, tijd om met het dorp beter kennis te maken.