Het Spaans beleefdheidsvlaggetje is ingewisseld voor een Italiaans.

Gisteren
hebben we onze vrienden van het jacht Tiara, Denis en Sandra, met spijt in het
hart verlaten. We sloten de dag af met een gezellig diner aan boord van de Cosi
in de mooie baai Cala en Porter. Voor de mooiste uitzichten was een klim van
enkele tientallen trappen de opoffering. Op de weg naar boven was helemaal geen wind en bijhorend stikkend heet, maar het
uitzicht beloonde een mooie foto.

De avond was gezellig en er werden nog menige
moppen getapt. Denis en Sandra varen terug naar hun thuishaven aan de Zuid
Franse kust en wij naar Licata in Sicily.

De tramontana
wind blaast nog steeds vrij hard over de voor anker liggende schepen. Rond
middernacht verwachten we dat de deze gaat afzwakken en we gaan hier gebruik
van maken. Tramontana winden waaien van Zuid Frankrijk richting Balearen en
Sardinie. Gisteren morgen zijn we in Mahon om 08:30 uur vertrokken voor de
oversteek van 212 zeemijl. 24 uur later zijn we in Porto Conte in Sardinie
aangekomen. De wind, 25 knopen noord, was perfect om zonder koerswijziging de
havenkom binnen te lopen.

De laatste
10 mijl varen we op motor. De wind komt nu recht van het vasteland van Sardinië op ons af, landwind wat we
verwacht hadden.
De volle
maan en heldere nacht maakte de navigatie heel makkelijk. Wel verwonderde het
ons, vanwege de gunstige omstandigheden, dat we weinige zeilers hebben gezien.

De zon komt
op boven Sardinië, de duisternis verdwijnt. De mooie tafarelen laten ons niet
koud en we maken er enkele mooie foto’s van.

We zijn
beide moe van de lange tocht maar blij dat we weeral land zien.


De Cosi vaart
met ons de baai van Porto Conte binnen. Boven op de top van de klif zien we nu
duidelijk de vuurtoren die ons dertig mijl naar de juiste locatie heeft
gebracht.

Het water
in de baai is één van de helderste waters dat we zijn tegengekomen.

In Porto
Conte aangekomen zijn we begonnen aan de grote kuis binnen en buiten. Door de
hoge snelheid met overspattende buiswater hangt buiten over heel het schip een
laag zout. Corine wil binnen kuisen en lakens wassen. Na enkele uurtjes is
alles weer zuiver en hangt de was buiten. De wind blaast door de ophangende was
en droogt deze sneller dan onze droogkast. Plots merkt Corine op dat er een laken weg is, waarschijnlijk
door de wind per luchtpost verzonden. Tom ziet dit al snel op de bodem liggen
en stelt zich kandidaad om dit, een zestal meter diep, met snorkel op te
duiken. Zo gezegd, zo gedaan. Snorkel, zwemvliezen en enkele kilo’s lood. Van
het moment dat Tom een voet in het water steekt horen we een harde krijs
“koud,koud,koud”.
Inderdaad, het water is hier zeven graden frisser dan in de
Balearen. Gedaan met de zwempret of zou het enkel in de baai zijn. Ik lees in
de water pilot dat de ondergrond bestaat uit limestone en er massaal grotten
zijn?? Onze verklaring is dat de noorderwind Tramontana het water goed heeft
omgewoeld. Volgns internet zou de
gemiddelde watertemperatuur deze periode 25 graden zijn. We zullen dit pas
weten als we morgen verder varen.

Vrijdagmorgen
varen we vroeg verder. Net achter de klif van de vuurtoren zou er een grot te
vinden zijn. De grillige rotsformaties maken het uitzicht spectaculair.

We
passeren de locatie en zien de ingang van de grot. Er is geen voorziening om
onze Cosi veilig achter te laten. De enigste mogelijkheid om bij de grot te
komen is met een toeristenboot die de bezoekers ter plekke afzet. Spijtig, het
bezoek zou de moeite waard zijn.

Sardinië
telt enkele natuurreservaten. Het noordwestelijke eilandengroep is hier eentje
van. Deze laten we links liggen om door de Passa della Pelosa te varen. De
natuurreservaten mogen bezocht worden maar men stelt zulke hoge eisen dat dit al
gauw voor een doorsnee toerjacht onmogelijk wordt. De vaartuigen die toch aan
de eisen voldoen wordt dan weeral een vrij hoge taks gerekend. Men mag er niet
met motor varen, zwemmen, duiken, vissen zijn verboden, niet aan land gaan, het
schip moet voorzien zijn van een centrale vuilwatertank (ook voor afwaswater) ect. en hiervoor rekent men surplus een toeristentaks
van 3,5 euro per lopende meter per dag, vor de Cosi zo’n 60 euro per dag. Tot
volgende keer … .

De Passa
Delle Peloga heeft het water helblauw gekleurd. Vele watersporters spotten deze
mooie locatie en ook enkele hotelsketens hebben hier geïnvesteerd.

Enkele
mijlen verder bevind zich de kleine haven Porto Minore van dorpje Stintino. Men schrijft er
heel weinig over in de Imray guide.
Toch leggen we ons buitengaats voor anker
en varen met de dinghy naar het dorp. Al snel voelen we de gezelligheid en
intimiteit van de omgeving.
Op de muren van tientallen huizen en de havenkaai hangen foto’s van vissers en hun vismethode uit het verleden van de stad laten zien.
Hier blijven we een dagje en besluiten om tegen de
avond een wandeling te maken. Heel gezellig, voor de zestig euro taks gaan we
een goei pint drinken.