Na een niet
zo’n rustige nacht van in- en uitvarende vissers, vertrekken we na de koffie.
Er staat een strakke westenwind en het beloofd een reuze zeiltocht te worden.

Buiten
staan metershoge golven, vandaar dat de Fransmannen nog een poosje in Sines
blijven. We vertrekken met vol grootzeil en varen de handelshaven buiten. Al
snel leg ik een eerste reef in het grootzeil. Na enkele mijlen open ik de genua
tot derde reef. We lopen tussen de negen en twaalf knopen, mooi golf op en golf
af. Nu nog wachten op de zon want die slaapt precies nog. Deze nacht heeft het
hier ook geregend en het is mistig weer.

De hoge
golven brengen ons na enkele uren bij de Cabo De Sao Vicente, die 63 meter
vertikaal boven het wateroppervlak uitsteekt. Ik neem enkele foto’s van de
vuurtoren op de klif. Soms verdwijnt de hele klif van de hoge golven.

Na de
ronding van de klif zijn de golven beduidend kleiner, boven op de klif staan vele kampers. De
mensen lijken wel dwergen. We nemen rond de kaap een bocht van 90 graden
richting Gibraltar. De toeristen
lopen de bocht mee om, vermoedelijk om foto’s te maken. Het is voor hun een
mogelijkheid om iets anders dan zee te fotograferen. De hele dag hebben we ook
geen ander schip gezien. Grappig maar waarschijnlijk zouden wij hetzelfde doen.

Drie mijl
verder steekt het meest zuiderlijke punt van Portugal 42 meter statig boven de
zee uit; Ponte de Sagres. Ook hier staan enkele toeristen de wind te trotseren en
volgen zij onze Cosi bij het ronden van deze kaap.

Achter de
kaap van Sagres liggen enkele mooie baaitjes om te ankeren. Het zonnetje laat zich af en toe zien
maar de wind blaast koude lucht of zouden wij dat niet meer gewoon zijn?

We komen in
de vroege namiddag in Baleeira aan, een dorpje naast Sagres. We halen de zeilen
naar beneden en droppen onze anker. Het zonnetje schijnt ondertussen en warmt
ons op. Het is hier wel enig, drie grote rotsblokken houden de wacht over de
baai en geven het landschap een prachtig uitzicht.

Met de
verrekijker bespeur ik de omgeving. De visserhaven is overvol van kleine visserbootjes
en mooringljnen. Naast de haven valt een restaurant op dat boven iets boven het
strand staat . Hogerop staat een groot hotel boven de rotsen. Enkele prachtige
villas hebben een reuze uitzicht over de oceaan. Het uitgestrekte goudgele
strand heeft een aparte baai. Op
het strand bevindt zich een bar en verhuurt men surfmateriaal.

We nemen
een douche, laten onze kleine Cosi in het water en gaan op verkenning.

Een
aanlegsteiger is er niet, alleen twee kades voor de vissersschepen. We zoeken
onze weg tussen de vissersbootjes. Corine zet ik aan een betonnen trap af. Hier
kan ik de Cosi niet aanleggen en noodgedwongen moet ik naar een verroest
ijzeren trapje tussen de vissersbootjes aan de hoge kademuur. Met het touw van
de dinghy kruip ik vier meter omhoog, maak het touw aan een oog vast en wandel
naar de straatkant waar Corine staat te wachten.

We stappen
naar het hoger gelegen restaurant en nemen plaats op het terras. Wat een
uitzicht. Onze Cosi lijkt van hier een speelgoedbootje. De drie statige rotsen
zijn hier nog mooier.

De
menukaart staat vol verse vis, kan bijna niet anders met de leverancier aan de
voet van het restaurant. We bestellen een zeebaars met groenten en frietjes met
mayonaise.

We zijn een
kleine tachtig dagen onderweg en hebben 1465 mijl gevaren, ongeveer 2500 km.