Al vroeg
worden we wakker van de vissersbootjes die naar de rivier varen. Het is vandaag
de nationale Spaanse feestdag, een verlengd weekend.

Voor tien
uur moeten we van de rivier zijn anders krijgen we de stroom tegen bij het naar
zee varen.

We lichten
het anker en vertekken. We hebben vier knopen stroom mee en zo knallen we met
12 knopen tussen de vissersbootjes door. Al drijvend in hun bootjs tracht men
een visje te vangen.

Op de
Atlantische Oceaan kiezen we bakboord. Er staat zeggens geen wind en het wordt
motoren. Op 1800 toeren varen we het voordeligst aan 7,5 kn en 4 liter per uur.
Van Aveiro tot Figueira Da Foz is het dertig mijl (ongeveer 51 km). We varen
kort bij de kust, af en toe zien we naast de mooie goudgele stranden een klein
dorpje.

’s Middags zijn we ter
hoogte van Cabo Mondego waarachter Figueira Da Foz gelegen is.

De volgende
stop is Nazaré, 35 mijl verder.

Nazaré is
een uitgegroeid dorp naar kleine stad vanwege het toerisme. Het oude
stadsgedeelte ligt aan een mooi strand in de vorm van een halve maan en door de
omringende heuvel Pontal Da Nazaré goed bescherm van noorderwind. Mooi om te
bezoeken en een wandeling te maken. Gezien de toeristische belangstelling zijn
de consumptieprijzen naargelang. Naar de top van de omrigende heuvels zie je de
uitbouw van het dorp met modernere laagbouw woningen, meestal voor verhuur of
eigendom van buitenlanders.

De
recreatieve haven is duidelijk niet interessant genoeg voor Nazaré. Zij ligt op
20 min wandelafstand van de stad, is klein en heeft eigenlijk geen voorziening
voor bezoekers. De stijgers liggen er misérabel bij en zien wit van de
meeuwenpoep. De haven is net naast de vismijn gelegen waar honderden meeuwen hun
woonplaats hebben gevonden.

De haven
van Nazaré is als Boulogne, zo weten de watersporters voldoende.

Van Nazaré naar Peniche. Met een zuiderwind van 5 knopen is het motoren geblazen.
We varen bijna naast het strand en genieten van de natuur.

Volgens de
Imray gids kiezen veel zeilers om rond Ilha da Berlenga te varen vanwege
mogelijke ruwe zeegang en veel stroming. Wij volgen de kust en bemerken andere
zeilers naar het noorden afzakken, dus niet omvaren. We ronden de Cabo Carvoeiro zonder problemen, op de 30 to 40
meter hoge rotsen van veelal leisteen wordt druk gevist. Sommige wagen het met
ladders tot bijna aan zee af te dalen en daar te vissen.

Peniche is
een drukke visserhaven met een kleine onderhouden jachthaven. Passanten zijn
aangewezen op één buitensteiger. Het
is alles behalve rustig liggen. De 3 knopen snelheidslimiet wordt door de
vissersschepen niet gerespecteerd en zij varen dag en nacht uit.

In Peniche
ontmoeten wij Fred en Frank, twee Belgen die een schip van hun vriend van
Malaga naar A Coruna varen. Toffe mensen waar we de avond mee doorbrengen,
lekker gaan eten en daarna nog even aan boord genieten van een flesje wijn. Het
was gezellige avond. Spijtig dat zij noordwaarts en wij zuidwaarts trekken.

Wij blijven
nog een dagje in Peniche. Vandaag is het poetsdag, eindelijk na vier dagen zou
de zon uit vakantie terugkomen. De Cosi heeft dringend verzorging nodig en
krijgt vandaag een grondige shampobeurt.

Tegen de avond
gaan we met twee Ieren sardienen bakken op de barbecue. 24 verse sardienen,
aardappel in de schil, salade, brood, bier en wijn worden aangevoerd. De Ieren
hebben het naar hun zin en wij natuurlijk ook. Enkele boten verder ligt
constant een politieboot. De agent die vele uren per dag aanwezig is, ne toffe
gast die vlot Frans en Engels praat en meer voor havenmeester als agent
fungeert, kijkt met veel goesting toe. We vragen of hij een viske of een pintje
wil. Beleefd maar met tegenzin wegens zijn job kan hij het aanbod niet
aanvaarden. We genieten van de avond en sluiten af met een Ierse whisky. Morgen varen we samen naar Lissabon.